|
||||||||||||||
| top | next | Bertram Westera ‘Ik ben nihilist. Ik ben ervan overtuigd dat het leven op zichzelf geen enkele zin heeft, en ook geen zin ontleent aan iets hogers. Uit laksheid ben ik nog lid van de kerk. Netjes gedoopt, eerste communie, vormsel, het hele schema. Maar ik voel me al sinds mijn veertiende niet meer gelovig.’ ‘Toen ik van school kwam en naar de Pedagogische Academie ging, vierde fatalisme hoogtij. Werkloosheid, wapenwedloop tussen Oost en West, een gepolariseerde samenleving. Het waren de jaren die mij vormden. Voor mij stonden die tevens in het teken van een relationele crisis. Ik vond aansluiting bij de marginale scene rond de punk en new wave: doom-muziek. No future. Nietzsche en Camus op het nachtkastje.’ ‘Het dichterschap doet recht aan de absurditeit van het bestaan, omdat het ten diepste even zinloos is als dat bestaan zelf. J.C. Bloem pende een fraai adagium: Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten voor de rechtvaardiging van een bestaan? Het absurde, van zin verstoken bestaan lijkt een hels vacuüm, maar als je alles sloopt, ontstaat er van de weeromstuit weer ruimte. Scheppen is vormgeven aan een grimmig lot, de dood in het knokige gelaat spugen. Maar het is ook spel. Spannend, prikkelend.’ ‘Ik was twee jaar stadsdichter van Tilburg. Een leerzame tijd. Je hebt een fraai podium en leert inspelen op de vraag vanuit de stad. Toch was ik niet zozeer geïnteresseerd in de waan van de dag, maar meer in de ziel van de stad. Daarom doopte ik die stad ook X-burg. Want het is Tilburg, maar eigenlijk ook elke andere stad.’ ‘Ik ben een stadsmens. Aan mij is de anonimiteit van de grootstad prima besteed. Hoe groter de stad, hoe beter. Ik voel me er nooit onprettig en zal er niet snel verdwalen. De stad als sociaal, maar ook als planologisch fenomeen speelt een prominente rol in mijn werk.’ ‘Nietzsche ontmaskerde rond 1890 de toenmalige zingevingsretoriek. De deconstructiefilosofen gaven een rigoureus vervolg aan die ontwaarding. Gilles Deleuze noemt het rizoom, een ondergronds wortelsysteem, als beeld voor een tekst. Hij wil teksten niet zien als centraal aangestuurde, hiërarchische eenheden – één auteur, één boodschap, één waarheid – maar als een open, aan de tijdgeest appellerende, heterogene veelheid.’ ‘In een tijd waarin het gros van de aardbewoners woonachtig is in steden, lijkt een aan de natuur ontleend beeld mij minder van toepassing dan een beeld uit de stad. Zelf beschouw ik een gedicht als een straat: een conglomeraat van sferen, een deels door willekeur ingegeven verband, dat niet in zijn geheel te bevatten valt. Onze samenleving is erg gericht op verstandelijk begrijpen. Anders dan een beeld, of een akkoord, is tekst meteen geladen met betekenis. Maar dit causale verstaan, waarin de taal een vehikel voor de rede is, is maar één manier van begrijpen. Ik zoek naar een andere wijze van uitdrukken. Ik gebruik retorische technieken, waarbij me elk denkbaar register ter beschikking staat, om te raken aan iets onzegbaars.’ |
|||||||||||||
| top | next | Persbericht ¡MONDO MANGA! Nick J. Swarth sleutelt gestaag aan
een compromisloos oeuvre. ‘¡Mondo Manga!’ luidt de titel van de nieuwe bundel, die toegang biedt tot een cartoonesk universum. Mondo is het Italiaanse woord voor wereld, manga het Japanse woord voor strip. In het westen verwijst manga specifiek naar Japanse strips met een expliciet, grafisch karakter. |
|||||||||||||
|
Nick J. Swarth Een gedicht in druk is een spookstraat. Nog verwijst alles er naar het leven. Iemand heeft er gebouwd, hier groots en meeslepend, daar verwoed priegelend. De een of de andere X-burger stortte er fundamenten, trok façades op, slingerde stompjes sigaar in koffiemokken en vergat de plee te spoelen. Het riekt naar tinten, tonen. Ongeopende blikken zwerven tussen regels. Ergens op een schouw een condoom. De spookstraat ligt in een spookstad. Noem het een oeuvre. De stad van de X-burger is vele steden. Het is maar welke open deur je intrapt. Telg is hij van de Kruikenstad, de Totaalstad, Moderne Industriestad, Eeuwig Schoonstad. [1] X-burg, je bent er. Maar waar precies ben je? Dat bepaal je zelf. In dialoog met de omgeving. Als beschreven blad in een beschreven omgeving. De implicaties van de hierboven geschilderde methode zijn legio, maar vallen buiten het bestek van dit artikel, dat beoogt een inleiding te zijn op het hoe en waarom van de tekst, alsmede de noten en verwijzingen (van Horror Vacui). Over de rol van de bouwer kan evenwel het volgende worden opgemerkt. Eerder dan de architect is hij een tamelijk anonieme uitvoerder. Hij bouwt aan de hand van min of meer formele grondslagen. Hij schotelt u een hap voor uit het rizoom, een heel of half kwadrant uit een plattegrond. Er vindt een begrenzing plaats op een praktisch niveau, bijvoorbeeld door de keuze voor een ollekebolleke of een sonnet, en op een abstract, inhoudelijk vlak, met de keus voor bepaalde thema’s of sleutelwoorden. ‘Horror Vacui’ is een straat met 14 kavels. [3] Naar elke straat, ook een spookstraat, leiden vele wegen. De onderstaande noten en verwijzingen vormen een kaart. Er lag al een kaart, de teksten bij de 14 staties. Deze tweede kaart is nieuw noch herzien, maar anders gesneden. Het zichtbaar maken van routes en lijnen die op de oorspronkelijke kaart buiten het kader vielen, resulteert in nieuwe kringen, uitdijende betekenisvelden, niet in meer klaarheid. Klaarheid in de aan de rede gerelateerde zin van het woord. Jacques Derrida: de rede is ontwikkeld met een onoprechte zucht naar zekerheid. [4] De zekerheid van de rede is tiranniek en kan alleen bestaan door (…) uitsluiting van wat onzeker is, wat ongemakkelijk is. [5] De kaart is betrouwbaar maar betrekkelijk. Er staat wat er staat en zelfs dat niet. Een kaart is een kwestie van handelen. [6] 1. Vergelijk ‘Stad van vliegen’, het inauguratiegedicht van Swarth als stadsdichter van X-burg (2005-2007). |
|||||||||||||
|
Stine Jensen Op statie V is Jezus te zien. Hij is gehuld in een wielrenbroekje en zeult een kruis voort. Midden op dat kruis is een plakkaatje bevestigd: ‘Hier had uw advertentie kunnen staan!’ Op statie VI (Veronica droogt het aangezicht van Jezus) zien we een non die zorgvuldig een paarse dildo tussen duim en wijsvinger vasthoudt. Het onderschrift luidt: ‘Een plastisch bewijs betreffende het formaat / werd geleverd door een gipsgietende groupie / een pips, mollig meisje dat bekend stond / als Cynthia Plaster Caster.’ Om maar meteen uit de religieuze kast te komen: ik ben atheïst. Ik denk dat God niet bestaat en dat we van apen afstammen. Ik slinger in mijn mensbeeld heen en weer tussen het darwinisme en het humanisme, tussen de mens als dier en de mens als centrum van het universum. Het leven heeft geen zin, maar we kunnen wel doen alsof. En we kunnen wel proberen het leven zin te geven, door ons voort te planten, door kunst te maken, door ons in te zetten voor iemand of iets. Maar het menselijk lijden en de treurigheid daarvan maakt die zingeving soms wel knap lastig. Deze kruisweg stemt mij vrolijk weemoedig. Ik ben geïntrigeerd door de raadselachtige combinaties van beeld en tekst. Wat doet die de vrolijke reclametekst bij statie IV (Jezus ontmoet Zijn heilige moeder) ‘Ik liet haar zien hoe gemakkelijk je kunt ontharen met Sweet Simplicity!’? ‘Hij huilt voor al zijn fans over de hele wereld’ lezen we bij de Jezus die als relikwie aan een boom is gespijkerd en op verzoek een traantje produceert voor wie hem wil zien huilen. Dat gaat over de commercialisering van iconen (Jezus kan ieder ogenblik ‘koekkoek’ roepen) en over tranen op bestelling. Er valt veel te interpreteren aan de associatieve dichtteksten van Nick Swarth, die teksten uit de hoge en de lage cultuur (films, reclame, popteksten) combineert zodat ze schuren en botsen. Zo luidt de dichttekst in statie III, terwijl we op de afbeelding een huilende Jezus zien met zijn kruis: ‘Dear Mr. Blossom speelde in Deranged / de rol van zijn leven voor de dood, ofschoon zijn moeder ‘t hem verbood’. In de horrorfilm ‘Deranged’ (1974) speelde de Amerikaanse dichter Blossom een moordenaar met een al te dominante moeder. Ineens zien we het leven en de mens als een horrorfilm voorgesteld. Jezus aan de bar, Jezus in de Burger King en Maria die blijmoedig onthaart: een gevoel voor absurditeit kan je de twee kunstenaars niet ontzeggen. Integendeel. Tilburg wordt, met cartoonisten als Gummbah, Steppie Lloyd Trumpstein en Ivo van Leeuwen, vaak aangemerkt als een kweekvijver voor de absurdisten. Maar deze kruisweg reikt verder dan de gefronste wenkbrauw en de absurdistische lach. Juist door de kruisweg los te koppelen van religie en door van Jezus een ‘everyman’ te maken, stellen de Leijer en Swarth de vraag wat de zin is van het lijden voor mensen en hoe mensen de tijd door brengen op zoek naar zin. Deze kruisweg gaat daarmee over de afwezige god, de god die niet aanwezig is. Horror Vacui betekent ‘angst voor de leegte’. Het leven is ook een leegte die je in moet vullen en dat kun je doen door idolen te zoeken, die na te volgen en hun symbolen over te nemen, die vervolgens dankbaar object worden voor commercialisering. Nog voor dat de veertien tekeningen als kunstwerk gerealiseerd waren, waren de staties al omstreden bij klerikalen en in de Tilburgse gemeentepolitiek. Het CDA wilde geen gemeentegeld geven aan het ‘kwetsende kunstwerk’ waarop de PvdA riposteerde met ‘censuur!’. Toen Trouw een interview met de twee kunstenaars afdrukte, barstte de discussie ook landelijk los. [1] Het ging over geld, over de zin van kunst in openbare ruimte en over vrijheid van meningsuiting. Ook burgemeester Vreeman bemoeide zich ermee, en zei dat kunst ook een ‘prikkelende rol’ kon spelen. De ophef rondom ‘Horror Vacui’ noopten De Leijer en Swarth hun kunstwerk in de media te verdedigen. Daarbij richtte de aandacht zich – in tijden van religieuze fixatie – steevast op de keuze voor de kruisweg en het lijden van Jezus, en minder op de bredere thematiek als verafgoding, eenzaamheid en commercialisering. Wie zich afvraagt waarom ze de kruisweg en de lijdensweg van Jezus gekozen hebben? Jeroen de Leijer zei daarover in een interview met NRC Handelsblad: “Wie zegt trouwens dat we Jezus zien? Wij kennen Jezus alleen met baard bijvoorbeeld. Maar dat is allemaal op één beeld gebaseerd. Teken een doornen krans op een mens, en dan heb je Jezus. Ik wilde niet weer die historische Jezus in datzelfde broekje met gespierde torso afbeelden – dat beeld doet me niet zoveel. Het is een hele mooie man om te zien hoor, maar je ziet het beeld zó vaak, dat het eigenlijk geen persoon meer is. Mijn beeld staat dichter bij hoe ik mensen zie. Het is gewoon een mens die ik heb getekend. Een mens die zoekt naar de verlossing die er nu niet meer is, daar gaat het om.” [2] Stine Jensen is filosofe, docent literatuurwetenschap Vrije Universiteit Amsterdam, journaliste en publiciste. 1 Trouw, 24 september 2007, blz. 2-3. |
|||||||||||||
| top | any | ||||||||||||||
| SWARTH.NL // Home | Curriculum Vitea | Agenda | Contact // JUNGLE // Index | BETONFRAKTION | Gentleman Fight Night (video) Horror Vacui (project) | Watermonsters | Plekgedichten | Tekstwevers | Embedded in Helmond | Janine Ensslin | Poetry Ringtones Stadsdichter X-burg | Writer-in-residence Yang // IN DRUK // Index | Mondo Manga / Horror Vacui (catalogus) | Naked City Poems De Napalmsessies | Het Pikkie met de Kale Wup | Kaka, Kuus & Knikker | Vier Zure Zultsculpturen// THEATER // Index | De zwijnsknuppelaars | De Meester van Mondo Manga |Mondo Manga | Outspoken Word | Grafdelver | Kleine fijne ik | Feuilleton | De vermorzeling van Hipkip Dildo | Ich war die Krawatte von Prinz Claus | Sterrevinks Kledij | // AUF DEUTSCH // Index | Ich war die Krawatte von Prinz Claus |Abendland | Wildwechsel Hamburg | Gentleman Fight Night | BETONFRAKTION // IN ENGLISH // BETON- FRAKTION | Gentleman Fight Night | Naked City Poems // VIDEO'S // Index | Gentleman Fight Night | Dans de Orang Tilbo PORTFOLIO // Tekeningen // OVER HET WERK // Relevante teksten over het werk // POESIE-INDEX // Poesie-index |
||||||||||||||