Index stadsdichtergedichten
 
over de kankerkruik

daarom alleen al, Stadsheer, wrattenpaleis
met je containers van beton, sluit ik je in mijn
hart

omdat je de platworm tart
die zich steeds maar omdraait in zijn graf (hij
noemt het huis),
omdat je wat zo grappig bekt, wat hij kakelt in
zijn dialect, ontmaskert als een dooie pier

daarom alleen al (maar niet alleen daarom),
Stadsheer, wrattenmeneer, met je beschaafd
uitstulpende levens, sluit ik je in mijn hart

hij noemt het vogelkooitjes, de kankerkruik, hij
noemt het ‘hokkedôos’ of ongehoord – zo wordt
de wurm in de wieg gesmoord

thuis heeft hij nog een ansichtkaart,
wat zoethout van een cent, een gebit waarmee
hij knarst
hij gaat net zo lang te water tot hij barst (soms
is hij net een men

 
<
>
aan de voet lag een muis
   
    foto's njs